Interview met Kristof Dekeyser

RCAE : Kristof, kun je in enkele woorden je evolutie in het roeien uitleggen, van de initiatie tot aan de deelname aan het WK? Wat waren je resultaten als junior? Alvorens je dit hoog niveau in het roeien haalde, heeft je club je de mogelijkheden gegeven om te trainen?

Kristof : Ik ben beginnen roeien in de zomer van 1995, ik zag een paar roeiers op de watersportbaan en wou het ook wel eens proberen… In het begin kwam ik slechts 1 keer per week roeien, ik volgde toen ook muziekles wat altijd tijdens de trainingsuren viel.

Aangezien ik niet zoveel trainde waren mijn resultaten bij de juniors ook niet echt schitterend, maar ik heb altijd een trainer gehad die me volgde en aanmoedigde. Zelf bleef ik ook altijd gemotiveerd, en ik wou steeds beter doen. Langzaam ben ik steeds meer beginnen trainen, en elke wedstrijd ging ook steeds beter. Als laatstejaars junior trainde ik zo'n 7 keer per week.

In 2001 ging ik naar de universiteit als student burgerlijk ingenieur. Ik probeerde zoveel mogelijk te blijven trainen, wat in het eerste jaar niet eenvoudig was. Dat jaar heb ik voor het eerst geprobeerd om naar het WK-23 te gaan, in 4xLM. Een blessure en herexamens zorgden er echter voor dat het niet doorging… Het jaar erop is het wel gelukt en ging ik naar het WK-23 in 1xLM, waar ik tweede werd in de B-finale. Ik had de smaak te pakken, en sindsdien is alles wat in een stroomversnelling gegaan, met uiteindelijk de selectie voor het WK in de 4xLM…

RCAE : We weten dat je erin slaagt om universitaire studies burgerlijk ingenieur te combineren met roeien op een hoog niveau. Hoe realiseer je dit? Ligt dit aan een goede organisatie? Geeft de universiteit je mogelijkheden om te kunnen trainen? Heb je andere activiteiten buiten het roeien? Beschik je over hulp van organisaties als het BLOSO?

Kristof : Studeren met topsport combineren is zeker niet eenvoudig. Het vraagt zeer veel discipline en een goede planning. Buiten het roeien en studeren schiet er niet veel tijd meer over. In het begin was de organisatie van trainingen niet echt een probleem omdat ik hoofdzakelijk in skiff roeide, en dus gemakkelijk kon trainen wanneer ik wou. Nu we vooral in ploeg roeien, is het qua planning wat moeilijker om een regeling te vinden die voor iedereen past.

De universiteit voorziet gelukkig ook in een aantal faciliteiten. Als topsportstudent kan ik indien nodig examens verplaatsen, en wettig afwezig zijn in de les. Sinds dit jaar heb ik ook een “topsport-studenten-contract” bij Bloso, met als voorwaarde dat ik mijn jaar moest opsplitsen. Dit laat me toe om nog beter mijn studies te combineren met het trainingsprogramma. Maar het blijft echter (zeer) hard werken.

RCAE : In vergelijking met andere topsporters in andere disciplines die minder goede resultaten behalen (de voetbalspelers bijvoorbeeld…), kun je van het roeien niet leven. Is het niet frustrerend om dit te zien ?

Kristof : Het is inderdaad soms frustrerend om te zien dat in sommige sporttakken de topsporters zeer veel verdienen, terwijl ze niet speciaal meer trainen dan toproeiers, integendeel…

Ik roei echter vooral voor het plezier dat ik aan de sport beleef, en niet om ervan te leven. Nu ik een contract heb bij Bloso, is het allemaal wel wat professioneler geworden en krijg ik ook een loon. Dit ter compensatie van wat ik verlies door mijn laatste jaar aan de universiteit op te splitsen. Maar rijk zul je van het roeien nooit worden…

RCAE : Wanneer en hoe is het beslist om een nationale vierkoppel te vormen ? Is er ook gekeken naar andere boottypes ? Wist elk van jullie op voorhand wat je te wachten stond ? Wat waren je objectieven op dat moment ?

Kristof : Na het mindere resultaat van de 2xLM in Athene werd beslist dat er voor de Olympische Spelen in Peking een andere oplossing moest komen. De enige andere olympische bootklasse bij de lichtgewichten is de 4-LM. Dirk heeft dan het voorstel gedaan om een 4 te maken. Aangezien François en ik wat minder ervaring hadden op internationaal vlak, werd gekozen om eerst een jaar te roeien in de 4xLM, om niet direct geconfronteerd te worden met het zeer hoge niveau in een olympische bootklasse, en om op elkaar afgesteld te geraken. Het aantal trainingen werden er niet minder om: de 8 trainingen die ik gemiddeld in de week deed werden er nu gemiddeld 10 à 12.

Het voornaamste doel was vooral ervaring op te doen op het internationale niveau, en om op het WK een zo goed mogelijke finaleplaats te behalen.

RCAE : Jullie zijn roeiers van verschillende afkomst: een waal, een Gentenaar en twee Bruggelingen. Hoe verliepen de trainingen ? Welke moeilijkheden deden zich voor, ook wat betreft verplaatsingen ?

Kristof : Het grote voordeel dat ik heb is dat ik in Gent vrij centraal zit, en dus nooit lange verplaatsingen hoef te maken voor de trainingen. Voor François is dit iets anders, en dit is misschien het enige probleem dat zich soms stelde. Maar er werd altijd voor een zo goed mogelijke oplossing gezocht.

Wat de taal betreft is het nooit een groot probleem geweest, François spreekt en verstaat zeer goed Nederlands. Gewoonlijk spreekt hij Nederlands tegen ons, en wij spreken Frans tegen hem… De trainingen zelf werden wel vooral in het Nederlands gegeven, maar indien nodig werd het vertaald. Het feit dat we een “mixte” ploeg zijn vind ik persoonlijk ook een mooi voorbeeld voor België.

Kristof : Ik zou het zeker aanmoedigen, maar je moet ook weten waar je aan begint. Roeien is een zeer zware sport. Aan de top geraken (en vooral blijven) is niet eenvoudig, en vraagt zeer veel van je, zowel fysisch als mentaal. In de eerste plaats moet je geloven in wat je kunt en wilt. Het is ook niet omdat je als junior niet tot de top behoort, dat je nooit een toproeier kunt worden. Ikzelf bijvoorbeeld ben ook nooit naar het WK junior of jeugdcup geweest, en op mijn eerste ergometertest had ik iets van 8:30…

Regelmatig trainen en langzaam de duur en intensiteit opbouwen is zeer belangrijk. Ontspanning moet er ook zijn, maar elke week gaan feesten tot in de vroege uurtjes zit er zeker niet in…

RCAE : Wat Japan betreft, heb je buiten de regatta de mogelijkheid gehad om het land te bezoeken, of is de omgeving beperkt gebleven tot de roeibaan ? Is het feit dat een regatta georganiseerd is in een ver land een extra motivatie ?

Kristof : Normaal gezien is er tijdens de grote internationale regatta's nauwelijks tijd om eens de omgeving te verkennen. In Japan hebben we wat het geluk gehad dat er een tyfoon passeerde, waardoor de baan afgesloten was voor de trainingen. Bijgevolg zijn we een dag naar Kyoto geweest, wat zeker de moeite waard was! Japan is een speciaal land met een heel andere mentaliteit en gebruiken. Het is een ervaring om er geweest te zijn, maar ik denk niet dat ik ooit nog eens naar daar op vakantie zou gaan.

Het feit dat een wedstrijd in een ver land georganiseerd wordt, kan inderdaad wat meespelen als een extra motivatie om meer te trainen. Je krijgt niet vaak de kans om zo een verre reis te maken, maar het mag zeker niet de bedoeling zijn het enkel daarvoor te doen…

RCAE : Welke contacten had je met roeiers uit andere landen ? Had je de gelegenheid om met elkaar te spreken of is het contact eerder beperkt ? Heb je nu nog contact met roeiers die je daar ontmoet hebt ?

Kristof : Het feit dat je tijdens een WK toch een tijd samen in hetzelfde hotel zit met andere roeiers, zorgt wel voor nieuwe contacten. De meeste contacten zijn echter wat oppervlakkig, uiteindelijk zijn het meestal je concurrenten… Na de wedstrijden is alles altijd wat losser. Ik heb vooral wat contact gehad met de Fransen (via François J ) en de Nederlanders. Maar nu, buiten de wedstrijden heb ik geen contact met roeiers uit het buitenland.

RCAE : Heeft die tweede plaats op het WK directe gevolgen gehad voor jou of je club? Heb je een erkenning gekregen van Stad Gent ?

Kristof : Die tweede plaats heeft zeker gevolgen. Het heeft ervoor gezorgd dat het roeien weer wat in de kijker is gekomen, en vooral voor sponsoring en de toekomst is dit van belang. Het is een mooie beloning voor het harde werk dat we geleverd hebben.

Voor mij heeft die zilveren medaille me vooral veel zelfvertrouwen gegeven, het is een mooie beloning voor het harde werk. Het is ook een zeer goede motivatie om nu de volgende stap te zetten naar de 4-, en te proberen om daarin in de toekomst dezelfde goede resultaten te behalen.

Voor mijn club was het ook iets speciaals, omdat het de eerste WK-medaille voor de GRS was. Wat de stad Gent betreft, van hen heb ik tot nu toe nog niets gehoord.

RCAE : Wat zijn je ambities voor de toekomst op het (inter)nationaal niveau ? Een nieuwe deelname aan het WK ? Een selectie voor de OS in een andere categorie ? Heb je nog de moed om eraan te beginnen, wetende dat het zoveel tijd en werk vraagt ?

Kristof : Mijn belangrijkste doel is trachten in dezelfde stijgende lijn door te gaan, zowel op gebied van het roeien als de studies, die nog steeds van prioritair belang zijn. Wat het roeien betreft is het hoofddoel nu in de eerste plaats het WK in de 4-LM. Om mijn contract bij Bloso te behouden, moet ik daar een plaats bij de eerste 8 behalen. Dit is zeker geen eenvoudige opdracht, gezien de omschakeling van koppelroeien naar puntroeien, en het hogere niveau in de olympische boottypes. Op langere termijn is het dan de bedoeling in dit boottype een selectie te halen voor de Olympische Spelen in Peking. Gemakkelijk zal het zeker niet zijn, maar de motivatie en wil is er alvast, vooral dankzij de goede resultaten die we behaald hebben in het voorbije jaar.

RCAE : Heeft de verkiezing tot “roeier van het jaar” door de roeiers van de Vlaamse Roeiliga je verrast ?

Kristof : Het was inderdaad wat een verrassing. Het is natuurlijk heel leuk om verkozen te worden als “roeier van het jaar”, maar we waren een ploeg, en ik heb uiteindelijk niet meer gepresteerd dan Wouter, Justin of François. Ook de resultaten van de dubbel en skiff waren schitterend, dus persoonlijk vind ik dat iedereen die titel evenveel verdiende.

RCAE : Wat zijn volgens jou de kwaliteiten van de nieuw gevormde boot ?

Kristof : Het belangrijkste is momenteel dat we allemaal zeer gemotiveerd zijn, we weten nu dat we tot iets in staat zijn. Een pluspunt is ook dat we allemaal met elkaar overeen komen, en door de vele trainingen in de vierkoppel goed op elkaar afgestemd zijn, wat toch ook zeer belangrijk is. De overgang naar de 4-LM is zeker niet eenvoudig, maar ik ben ervan overtuigd dat we in de toekomst goede resultaten kunnen behalen.

RCAE : Hartelijk bedank voor de antwoorden !